Selecteer een pagina

Deze blog, je studieboek en zelfs het melkpak waar je uit drinkt heeft het: een tekstdoel. Het geeft aan wat je met je tekst wilt bereiken. In totaal zijn het er zeven: informeren, verklaren, adviseren, overtuigen, activeren, opiniëren en amuseren. Ik leg je uit waar ze over gaan en hoe je ze inzet.

Zo werkt een tekstdoel

In de basis breng je met je tekst informatie over. Denk aan het nieuws, een advertentie of een bedrijfsblad. Het doel ‘informatie overbrengen’ bepaalt de opzet van de tekst. Toch gaat het in de meeste gevallen om een combinatie van tekstdoelen.

Kijk maar:

Bij een uitnodiging voor een evenement geef je de lezer informatie óver het evenement, zoals wie, wat en waar (1). Door te voorzien in zijn behoefte ben je ook bezig om je lezer te overtuigen (2). De lezer voelt zich aangesproken (3), misschien geamuseerd (4), krijgt een positief gevoel (5), gaat in op de call to action en komt naar het evenement (6). 

Alle doelen behaald. Missie geslaagd.

Zo ziet het eruit: drie voorbeelden

Deze blog
Geeft je informatie over tekstdoelen, etaleert mijn kennis over tekstdoelen en zet aan tot het opnemen van contact met mij voor hulp bij tekstdoelen óf het schrijven van een tekst.

LinkedIn bericht
Adviseert je over iemands expertise, inspireert je in jouw werkveld en/of netwerk en zet aan tot het liken, delen of reageren op een bericht.

Melkpak
Overtuigt je dat kopen een goede keuze is, informeert je over alle ingrediënten, een recept of bereidingswijze én waarschuwt je over de houdbaarheidsdatum.

Dit zijn de 7 tekstdoelen

1. Informeren
Je beschrijft situaties en onderwerpen objectief, concreet, feitelijk en begrijpelijk.

Tekstvorm: nieuwsbericht, studieboek, overheidscommunicatie.
Voorbeeld: Steeds meer ondernemers betalen omzetbelasting en loonheffing met iDEAL. (Belastingdienst).

2. Verklaren
Je behandelt een onderwerp objectief met een reeks aan feiten en gegevens uit duidelijke bronnen.

Tekstvorm: Wikipedia, encyclopedie.
Voorbeeld: De appel is de vrucht van de plant Malus domestica uit de rozenfamilie (Rosaceae). (Wikipedia).

3. Adviseren
Je geeft antwoord op een vraag of oplossing bij een probleem. Dit kan zowel vrijblijvend als dwingend.

Tekstvorm: hypotheekadvies, schooladvies, schrijfadvies.
Voorbeeld: “Met begrijpelijke taal op je website geef je de lezer het gevoel dat hij mee kan praten.” (Door Pim).

4. Overtuigen
Dit tekstdoel lijkt op adviseren, maar gaat net iets verder: je toont je expertise en ervaring en zorgt zo dat de lezer de inhoud accepteert zich erachter schaart. Vaak met religieuze, politieke of commerciële insteek.

Tekstvorm: pamflet, betoog, artikel.
Voorbeeld: “Wonen is een grondrecht, geen privilege. We zetten vol in op nieuwbouw en houden huizen betaalbaar met prijsafspraken.” (D66).

5. Activeren
Hiermee zorg je voor actie bij de lezer. Je neemt de laatste drempel weg en spoort de lezer met een call to action aan om iets te doen.

Tekstvorm: advertentie, folder, reclame, verkiezingsposter.
Voorbeeld: “Maak de lekkerste gerechten makkelijk vegetarisch.” (Knorr).

6. Opiniëren
Dit tekstdoel is er om de lezer aan het denken te zetten en een mening te laten vormen. Er wordt gezegd: ik wil je niet overtuigen, maar bekijk het ook eens van deze kant. Het verrijkt de dialoog.

Tekstvorm: recensie, column, beschouwing, discussiestuk.
Voorbeeld: “Met een gekozen burgemeester gaat de politiek bij de mensen meer leven.” (De Volkskrant).

7. Amuseren / Inspireren
Dit zijn verschillende tekstdoelen bij elkaar: het kan zowel informeren, overtuigen, emotioneren, amuseren, inspireren als activeren. Het brengt de lezer op andere ideeën, zorgt voor omdenken en brengt vaak iets positiefs of emotioneels op gang.

Tekstvorm: gedicht, grap, strip, podcast, social post.
Voorbeeld: “Maartje besluit ook na carnaval als patatzak door het leven te gaan.” (De Speld).